Italian magazines, events & experiencesEen beetje Italië in je inbox
TasteItaly.IL BELLO DELLA VITA

Cultura

Legendes uit het Valtellina (110): Kuertur, de vervloekte ketter

Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer.

Ruud Metselaar· 21 september 2026 · 3 min lezen

Legendes uit het Valtellina (110): Kuertur, de vervloekte ketter

Mythen, sagen en legendes vind je overal ter wereld, zo ook in de streek rond het Comomeer. In deze reeks komen de oude volksverhalen, die van generatie tot generatie daar zijn doorverteld, weer tot leven.

De Val di Rezzalo staat in de volksverhalen bekend als een vallei van verbanning, waar duivels, vervloekte zielen, heksen en andere bovennatuurlijke wezens terechtkwamen. Soms verenigt hun ziel zich met het lichaam van een dier dat dan bijzonder wreed wordt en zich onnatuurlijk gedraagt: het kan spreken en de ergste vloeken en godslasteringen uitspreken

Hier volgt een van de legendes uit die streek zoals verteld door Glicerio Longa in zijn boek “Usi e Costumi del Bormiese” (1912) [1].

In de stille bergen boven de vallei van Bormio lag het kleine dorpje Mondadizza. De mensen daar leefden eenvoudig: ze kapten hout, hielden vee en volgden trouw de gebruiken van hun voorouders. Maar niet iedereen paste binnen die orde.

Er was een man die men Kuertùr noemde.
Niemand wist precies wanneer hij begon af te wijken van de rest. Sommigen zeiden dat hij vreemde ideeën had over geloof en leven. Anderen beweerden dat hij spotte met de heilige regels van het dorp. Wat de waarheid ook was, voor de mensen van Mondadizza stond één ding vast: Kuertùr was een ketter.

Op een koude ochtend trok Kuertùr het bos in om hout te hakken. Zijn bijl klonk dof tussen de sparren en lariksen. De hellingen boven de Val di Rezzalo lagen stil onder een bleke lucht. Maar Kuertùr keerde nooit terug.

Toen de avond viel en zijn huis donker bleef, gingen enkele dorpelingen hem zoeken. Ze volgden zijn voetsporen het bos in, langs het pad dat naar een diepe kloof leidde in de streek Val de Rèz. Daar eindigden de sporen plotseling. Men zag gebroken takken, losliggende stenen… en de afgrond. “Hij moet gesprongen zijn,” fluisterde iemand. Maar nog voordat ze dichterbij konden komen, klonk er uit het struikgewas een laag gegrom. Uit de schaduw kwam een enorme beer tevoorschijn — groter en woester dan men ooit in die streek had gezien. Zijn ogen glansden donker en onrustig. De mannen verstijfden van schrik. Toen de beer op hen af kwam, sloegen ze in paniek op de vlucht en renden terug naar het dorp.

Vanaf die dag ging het verhaal rond in de vallei: Kuertùr was niet alleen gestorven. Zijn ziel had geen rust gevonden. Voor zijn ketterij en zijn wanhoopsdaad was hij vervloekt — veroordeeld om als een beer door de bossen van Val di Rèzzano te zwerven.

Wanneer de mensen later in de vallei een dreigende beer zagen, fluisterden ze tegen elkaar: “Dat is hem… Kuertùr.” En soms klaagde men ook hardop: “Moeten wij hier in Val di Rezzalo boeten voor de zonden van die ellendeling uit Mondadizza?”

Maar niemand ging ooit nog alleen naar die plek in het bos waar de sporen van Kuertùr eindigden. Want sommigen geloofden dat, als de wind door de bomen huilde, je tussen het geritsel van de takken nog steeds een zware ademhaling kon horen. Die van een beer. Of van een man die nooit vergiffenis heeft gevonden.

[1] Ed. “Magnifica Terra”, Sondrio, Soc. Tipo-litografica Valtellinese 1912, ristampa integrale nel 1967 a Bormio e II ristampa nel 1998 a Bormio a cura di Alpinia Editrice

Deel dit verhaal:FacebookXE-mailOntvang meer verhalen

Lees ook.